Rob Peleman Sensei (69 jaar – lid karateclub Kaizen Bouwel)

“Ik ben met karate begonnen toen ik 23 jaar was (op 27 september ’69).

Reken dan maar uit, en dan kom je op bijna 46 jaar. ‘t Is eigenlijk per toeval dat ik er mee begon. Een vriend van me, vertelde me dat hij met karate begonnen was en dat hij het al een maand deed. Het gekke was, dat dit een klein manneke was, en mijn reactie daarop was: “Als gij dit kunt, dan kan ik dat ook!”. De week erachter schreef ik me in bij Brabo Karate Center, waar Sensei Eddy Coppieters met zijn toenmalige assistent Jos Kriekemans, de trainingen gaven. Een beter keuze kon ik niet maken.

Karate leerde ik kennen als kleine gast door mijn broer, die leider was op zomerkampen. Hier was iemand die dat schijnbaar deed, en die niet anders deed dan overal tegen slaan en stampen. Zelfs aan tafel bij de middagpauze, sloeg hij met zijn zijkant van zijn hand op de rand van de tafel. “Zo worden ze sterk, zei hij!” Haha, grappig!

Waarom nu nog karate doen? Simpel: omdat ik het graag doe. Toch is voor mij de cirkel rond. Maanden basis getraind, zowel in kihon als kumite, alvorens ze ons loslieten om naar federale trainingen te gaan. Dan kwamen de competities op nationaal vlak, en daarna als lid van de nationale ploeg, internationaal. Later ben ik me meer gaan toeleggen op kata, en de bunkai’s hierop.

Het is nu 45 jaar, dat ik mee trainingen geef, eerst met de hulp van Sensei Coppieters, en later op mezelf.

Ondertussen leef ik, wat karate betreft, wat teruggetrokken, en train ik nog bij Kaizen (Bouwel), en bij Tasseikan, omdat daar de oude waarden nog terug te vinden zijn. Geen politiek, geen gejaag naar dan-graden, en boven al een aangename sfeer, zonder afbreuk van kwaliteit van de trainingen. Meer is dat niet, en heb ik niet nodig.”