Examen

Door het beoefenen van karate ondergaan we een persoonlijke ontwikkeling.

Een mens is van nature uit competitief ingesteld en iedereen – hoewel dit bij de ene persoon meer uitgesproken is dan bij de andere – wenst graag een bevestiging te ontvangen van de gemaakte persoonlijke vooruitgang. Daarom werd er een gradensysteem uitgewerkt voor karateka, die gebaseerd is op zowel de lichamelijke als de geestelijke maturiteit van de karateka.

Oorspronkelijk kende men slechts 2 niveaus in de martiale wereld, namelijk: deze van beginner (witte gordel) en deze van gevorderde (zwarte gordel).

Men werd beschouwd als een gevorderde indien men een bepaalde maturiteit had bereikt. Dit betekende concreet dat men een voldoende ruime basis had opgebouwd, om zich verder te kunnen bekwamen in die welbepaalde martiale kunst. En als symbool om aan te tonen dat iemand gevorderde werd, werd de (maagdelijke/ onwetende) witte gordel ingeruild voor de (ervaren) zwarte gordel.

Aangezien mensen eerder competitief zijn ingesteld, wou men deze maturiteit ook met elkaar vergelijken. Op deze manier kwam men tot een gradatie van bepaalde niveaus, die op hun beurt werden gekoppeld aan zogenaamde dan-graden. Eerst gebeurde dit in een gradatie van 1° tot en met 5° dan.

In een later stadium werd dit nog verder uitgebreid tot 10° dan, die meestal slechts als eretitel en/of postuum wordt uitgereikt.

Maar ook in de eerdere groeifase naar de basisvorm van de vereiste maturiteit ontstond al snel de vraag naar een zeker referantiekader van gradatie.

Op deze manier kwam men tot de invoering van bepaalde klassen, de kyu-graden. Oorspronkelijk was er slechts één kyu, namelijk de bruine gordel. Later werd dit – voornamelijk door de export van de verschillende martiale krijgskunsten naar de Westerse wereld – nog verder opgedeeld.

Uiteindelijk kwam men tot een opsplitsing in een 10-tal kyu-graden.