De speurtocht naar zwart goud > deel 1

Elke sensei droomt ervan dat zijn leerlingen op termijn die fantastische droom weet te realiseren door vroeg of laat die felbegeerde kuro obi (zwarte gordel) in de wacht te slepen. Elke karateka bewandelt daarbij een persoonlijk pad (het echte karate-do).

Ikzelf heb het geluk (of ongeluk …) gehad om in mijn andere clubverleden (cfr .Tekukan Gent) heel wat mensen te mogen begeleiden richting deze kuro obi, zelfs voor meerdere vervolgverhalen in de vorm van een (hogere) dan-graad. Binnen de grenzen van de Tasseikan-dojo hebben we tot op heden nog geen echte kuro obi geproduceerd. Alle originele kuro obi zijn omzeggens ‘import’.

Dus een groot wonder zit er misschien aan te komen in de nabije toekomst, want Tasseikanner Jef is in volle voorbereiding van zijn kuro obi. Uiteraard is dit voor Jef een bijzonder en persoonlijk avontuur, maar voor de 6 maanden die hem nog resten tot zijn D-day is Jef breid om zijn ervaringen met ons te delen.

Hierbij deel 1 van “De speurtocht naar zwart goud” door Jef Geboers:

  

In 1979 wou ik starten met karate. Door allerlei omstandigheden is het er nooit van gekomen, tot ik in 2002 (!) toch de moed vond om een dojo op te zoeken. Hé, beter laat dan nooit. Ik was ondertussen ook verhuisd van het verre en stille Balen-Wezel in de Kempen naar het bruisende Gent en ‘geëvolueerd’ van sportieve kerel tot kettingrokende dertiger met zero conditie.

De club waar ik op 1 september 2002 mijn eerste training kreeg was de Shotokan Karate Club Teku-Kan. Ik was die dag de enige nieuwkomer en werd omringd door zwarte gordels. De eerste 15 minuten hebben we basketbal gespeeld; ziedaar mijn eerste aanraking met martial arts! Ene Rita van de familie Willaert heeft me die dag ook tot tien leren tellen in het Japans. De naam Willaert zal in dit verhaal nog terugkomen.

Ik heb een dikke tien jaar getraind in Tekukan en hou goede herinneringen over aan de lessen van verschillende sensei Kazohiru Sawada, Dirk De Mits, Patrick Van De Vaerd en Janie Taeldeman. Ik behaalde er mijn blauwe gordel en mocht een peter kiezen, ene Georges Willaert.

Georges en Rita hebben me veel geholpen en ze doen dit nog steeds, en dit op elke (!) training; ik ben ze daar enorm dankbaar voor! Ze hebben echter ook nog iets anders ‘geproduceerd’, ene Andy Willaert. Ik heb Andy beter leren kennen toen hij samen met zijn vrouw Lena tijdens de zomer aan de Blaarmeersen ‘les’ gaf; kwestie van niet stil te zitten tijdens de zomermaanden. Later zou dit uitgroeien tot de ondertussen zeer succesvolle zomertrainingen in De Pinte.

Toen Andy in 2006 met zijn eigen club Tasseikan startte in De Pinte heb ik geen moment getwijfeld en ben ik ook daar beginnen trainen. De trainingsuren lagen me beter. Ook het idee van er bij de start bij te zijn vond ik zeer leuk; een familiegevoel dat ik een beetje miste in mijn andere club omdat ik er pas zeer laat ben bijgekomen. De manier waarop Andy lesgeeft en de visie van de club sloot volledig aan bij hoe ik wil trainen: ik wil een stevige work out (en er wordt wat afgezweet!), werken aan mijn fysiek en technieken, maar dit alles in een relaxte sfeer waar er plaats is voor humor. Ik heb nog examen derde kyu afgelegd in 2007 in Tekukan, maar ben kort daarop getransfereerd naar Tasseikan.

Nooit had ik gedacht ooit ‘voor zwart te gaan’. Nee, voor mij volstonden twee tot drie trainingen per week in De Pinte. Karate gaf me immers alles wat ik verwacht had van deze sport: een totale lichamelijke work out gecombineerd met een training van de geest én met aandacht voor waarden (dojo kun). Ook dat je een plaats inneemt in een zeer lange traditie vind ik een aangename gedachte. Maar vooral: het is fun, er is de kameraadschap en je traint in groep maar bent zelf verantwoordelijk of je vorderingen maakt of niet. Dat je jezelf leert verdedigen is mooi meegenomen.

Maar – en hier zal elke karateka zich wel in herkennen denk ik – er wordt al eens aan jouw mouw getrokken met de vraag of je geen examen zou doen, niet in het minst door de sensei. En voor je het weet sta je daar met twee streepjes op jouw bruine gordel. En het jaar daarop weer. En het jaar daarop.

 

Zelfcontrole en zelfkennis (nederigheid) 

En dan komen de voorzichtige eerste vragen: ‘Wanneer ga je voor zwart?’, ‘Nog niet zwart?’, ‘Zeg, geen goesting voor zwart?’, … Later, iets minder voorzichtig: ‘En uwen zwarte gordel?’, ‘Zijde gij nog niet zwart?’, ‘Hoe lang blijfde gij nog bruin?’, ‘Ge gaat toch nog voor uw 60 voor zwart gaan zeker?’, … Enfin, als 50- plusser ervaart men dan een zekere peer pressure. ‘Keep calm and carry on’, zeggen ze aan de andere kant van het Kanaal.

Aan Andy natuurlijk om dit alles zeer concreet te maken in de zomer van 2016: ‘Jij, examen eerste DAN, mei 2018, wat denk je?’. Wel, euh? Enerzijds gaf dit een zeer goed gevoel: er is vertrouwen in mij, blijkbaar ben ik goed genoeg om in aanmerking te komen voor die felbegeerde zwarte gordel. Anderzijds ook zeer veel twijfel, want ik ben 54 en weet ook wel dat ik nooit een echt goede karateka zal worden wegens te laat gestart (dat bekken hé en vooral het roteren ervan, niet simpel om er dat nog in te krijgen). Ken jezelf!

Inzet (moed) en etiquette (hoffelijkheid) 

En verdien ik die gordel dan wel? Ik heb geleerd dat je dan maar één ding kan doen: vertrouwen op de sensei die tijd en energie in jou steken (in mijn geval in de eerste plaats Andy, maar zeker ook Johan Troch, Rob Peleman, Kathleen Lambein, Lena Zolobowska en vele anderen die ik hier vergeet) en je uiterste best doen en dat betekent maar één ding: trainen, trainen en nog eens trainen. Voorlopig 3 trainingen per week, maar vanaf 1 januari 2018 (of, gelet op het volgende punt, toch liever 2 januari) ga ik ook thuis elke dag oefenen, vooral op de kata Jion.

Volgende stap is de brief die je ontvangt van JKA Vlaanderen met de informatie voor het behalen van eerste DAN-graad en hoger. Dan wordt het officieel hé. En bij de brief zit de trainingspuntenkaart! Op het eerste zicht lijkt het niet zo moeilijk: 3 nationale trainingen, 3 provinciale trainingen en 3 stagepunten. Maar alles moet binnen de tijdspanne van een jaar; het is een puzzel die in elkaar moet klikken en je mag best niet ziek worden of gekwetst geraken. Op mijn leeftijd is enkele weken out op conditioneel vlak terug van nul starten. Fingers crossed dan maar.

Het betekent ook veel buiten de eigen club trainen. Ik moet bekennen dat ik hier met een bang hartje aan begonnen ben: trainen buiten de veilige cocon van jouw eigen club, waar je iedereen kent…. Maar dit valt 100% mee: je kleine karatefamilie blijkt ook in het groot te bestaan en iedereen wil je verder helpen. En je leert enorm veel bij van niet de minste lesgevers: sensei Otha, Gneo, Barone, Van De Walle, Fukushima, Bruyneel, Vicaire, Vermeulen, … veel te veel om op te noemen eigenlijk. En tijdens de stages wordt de familie uitgebreid tot ver buiten de grenzen. Een fantastisch gevoel!

Eerlijkheid 

Tenslotte nog even de karate nerd in mij aan bod laten komen en een poging tot eerlijkheid. Eens vast stond dat ik voor zwart zou gaan heb ik me in een Muji winkel in Barcelona een ‘Nota book A6 Made in Japan’ gekocht waarin ik al mijn trainingen noteer, onder de titel ‘Op weg naar eerste DAN’. In dit boekje zit ook de A4 print van het examenprogramma, dat tevens op de deur van mijn keuken hangt.. Zo word ik elke dag herinnerd aan wat me te wachten staat op 26 mei 2018, bij leven en welzijn uiteraard.

Eerlijk, er zijn momenten dat ik denk: ‘die kihon, dat lukt wel en de kata Jion zal ik in de mate van mijn mogelijkheden wel onder de knie krijgen. Dus nog wat oefenen, vooral op kumite, en het zal wel lukken zeker?’ Op andere dagen vraag ik me af waaraan ik begonnen ben. Na het opstaan met pijnlijke knieën de trappen afdalen en na een lange dag toch een half uurtje in de wagen kruipen om op tijd te zijn voor de maandagavond training… en dan moet het intensieve trainen nog beginnen. En dan hebben we het ook nog niet gehad over hoe ik mijn zenuwen onder controle zal krijgen, want presteren terwijl men kritisch toekijkt, ho maar: een black-out en volledig blokkeren valt niet uit te sluiten. Komt dat zien (liever niet eigenlijk)!

Het hoort er allemaal bij, op de karate-do. Ik laat jullie nog weten hoe het laatste halfjaar voor het examen is verlopen en uiteraard het examen zelf. Ondertussen blijf ik rekenen op de hulp van de sensei en uiteraard ook van mijn collega’s karateka, waarvoor nogmaals een dikke merci! Wordt vervolgd!