De speurtocht naar zwart goud > deel 2

In een vorig verslagje (november 2017) kon u lezen hoe TasseikannerJef ooit gestart ben met karate, welke weg hij heeft afgelegd, wie hem daarbij allemaal geholpen heeft en hoe hij 17 jaar later het pad bewandelt naar het behalen van de felbegeerde zwarte gordel. We zijn 4 maanden verder, hieronder volgt een stand van zaken.

“If you want to make God laugh, tell him about your plans.”

Ik heb bij de start van 2018 dikwijls moeten denken aan bovenstaande quote van Woody Allen. Ik had immers grootste plannen: elke dag minimaal éénmaal mijn  tokui kata  (Jion) herhalen, tussen de drie trainingen in de week door nog gaan sporten, enz. enz. Maar in de eerste week van januari 2018 kwam de eerste virusaanval en er volgden er nog. Ik heb 3 weken niet kunnen trainen en dan was er ook nog…

“De wraak van de wrat”

Nee, dit is geen titel van een Suske en Wiske verhaal, maar een schijnbaar klein probleem dat uitgroeide tot een serieuze hinderpaal in mijn parcours. Beste karateka: indien er zich onder uw voet een pijnlijke eeltplek vormt, verbijt dan niet de pijn tijdens het trainen, ga ook niet naar de voetverzorging voor lapmiddeltjes, maar ga direct naar uw huisarts. Hij zal u vlug eventueel de diagnose van voetwrat kunnen geven en tijdig kunnen ingrijpen, in  tegenstelling tot ondergetekende die veel te lang heeft gewacht en bij wie ze  ondertussen twee keer deze wrat hebben moeten wegsnijden en wegbranden met vloeibare stikstof. En dat doet pijn. Onder aan uw voet. Waarop je normaliter op staat.

Ding is: wie sport er nu ook op blote voeten? Wright! En tot daaraan toe, eens pijn weg, hup met de voetjes, toch? Ah neen dus, je hebt maanden uw gewicht zodanig verplaatst tijdens de trainingen om zo min mogelijk pijn te voelen aan uw voet dat uw knie op een gegeven moment het beu wordt en ook niet meer wil meespelen en dat is een ander paar mouwen, want diep zkd staan met een pijnlijke knie, ho maar. Of kbd staan, of kkd, of karate beoefenen, of sporten, of lopen, of staan,… Om maar te zeggen dat ik pas midden maart goed uit de startblokken ben kunnen schieten (met een brace rond mijn knie) en mijn planning enigszins heb moeten aanpassen. Tijdens de periode dat ik out was wel veel tijd gehad voor…

Woordjes van buiten leren

 Het was van 1988 geleden dat ik nog eens iets serieus van buiten heb moeten blokken. En. Dat. Viel. Niet. Mee. Methode die bij mij toch enigszins gewerkt heeft was het dagelijks overschrijven/memoriseren van het te kennen materiaal. Enfin, op zaterdag 24 maart ben ik geslaagd voor het theoretisch examen. Oef. Hai-hai. Ma-ai. Mubobi nog aan toe!

Naar het verre Limburg

Ik vermelde reeds in deel 1 dat ik ben geboren in Balen-Wezel. De helft van de mensen in onze straat werkte in ‘de put’ (koolmijn), de andere helft op de Vielle Montagne (zie toneelstuk en film ‘Groenten uit Balen’ over de beruchte staking van 1971). Met tot gevolg dat mijn speelkameraadjes die 50 m verder woonden en naar Lommel naar school gingen een totaal ander dialect spraken dan ikzelf die 10 km verder naar Mol naar school ging (voor mijn dialect, zie Tom Boonen). Ik heb dus een vrij sterke band met Limburg en kom er zeer graag, al woon ik nu al meer dan 30 jaar in Gent.

Op dinsdag 20 maart werd ik verwacht in Genk en daar ging toch enig gebibber aan vooraf. Het was voor een van de trainingen ter voorbereiding van DAN-graden in de dojo van sensei Sergio Gneo. Toch al zo’n beetje een ‘generale repetitie’ voor het eigenlijke examen.

Samen met sensei Johan Troch, die zo vriendelijk was me te vergezellen, zijn we om 16h30 vertrokken in Gent om zeker op tijd aan te komen in de dojo voor de training van 19h30. Door fileleed in Brussel en Leuven was ik echter 10 minuten te laat. Ik heb het record ‘simultaan bananen eten en kimono aantrekken’ verbeterd. Soit, ik miste alleen de opwarming en mocht direct aan het eerste gedeelte van mijn examenprogramma beginnen.

Ik heb er veel bijgeleerd (*), veel zaken waaraan nog gesleuteld moest worden volgens sensei Gneo : o.a. goed letten op de vorm van standen, goede hikite en hiki ashi, startsnelheid moet omhoog, verschil tussen kekomi en keage aantonen, sterke effectieve afweren die de juiste weg volgen, meer ritme steken in combinaties, … De training gaf me ook wel vertrouwen: de basis zit wel goed denk ik (hoop ik).

Op dinsdag 10 april stond er in de dojo Asahi karate Genk kata op het menu. Om zeker niet te laat te komen was met sensei Andy en Michael van kime Aalter afgesproken om 15h (!) te vertrekken aan het OCP in de Pinte. Resultaat was dat we dit keer ruim op tijd waren; om 17 h waren we op onze bestemming! We hebben dan maar besloten de omringende omgeving te verkennen op zoek naar een tas koffie.

Met meer dan 50 karateka stonden we klaar om onze voorkeurkata te tonen. Ongeveer de helft koos voor Bassai dai, de andere helft voor Jion. Vier anderen presenteerden Empi en één moedige man koos voor Kanku dai. De eerste keer verliep met de nodige dosis stress, om niet te zeggen dat ik al blij was dat ik nog de volgorde wist en geen black-out had.

Na een eerste uitvoering gaf sensei Gneo algemene aandachtspunten (*) bij de uitvoering van de kata:

  • standaard ritme
  • volledige hikite
  • bekkengebruik
  • basisstanden (zenkutsu dachi / kokutsu dachi / kiba dachi)
  • correct voorwapenen (pad en in 1 vloeiende beweging)
  • géén hiellift tijdens verplaatsing

Daarna mochten we onze kata opnieuw uitvoeren en  gaf sensei Gneo per kata feedback over de zaken die specifiek zijn voor die welbepaalde kata en waarop we dus zeker dienen te letten. Voor Jion zijn dit de snelle en vloeiende draaibewegingen (exclusief de voorlaatste die traag is), de uke renzoku (opeenvolgende afweer naar gedan, chudan en jodan) en de glijdende stappen (4 maal yoriashi).

De daaropvolgende uitvoeringen verliepen al wat vlotter, mede dankzij deze feedback, maar ook door het zakken van het stressniveau. Er is echter nog veel werk aan de winkel. Om 22h zat de training erop en dankzij sensei Andy geraakten we veilig terug thuis.

Merci

Tenslotte opnieuw een woord van dank aan allen die me helpen op mijn weg. Ik ga ze niet opnieuw allemaal opnoemen, daarvoor verwijs ik naar deel 1  maar toch even een dikke merci aan sensei Andy en Johan voor alle voorbereidende trainingen waar we het kihon programma en alle kata doornemen, voor het nemen van nota’s tijdens de trainingen in Genk, enz, enz. En aan alle karateka die me tijdens de trainingen helpen, die me berichtjes sturen en informeren naar mijn gezondheid of hoe het examen of een bepaalde training is verlopen: weet dat dit heel veel plezier doet, bedankt!

Rest mij nog de maanden april en mei: tandje bijsteken, versnellingske hoger schakelen, niet ziek worden, niet gekwetst geraken. Volgende belangrijke afspraken: het kata-weekend in Lede en de nationale training in mei (uiteraard probeer ik mee te doen met alle trainingsdagen en stages).

Ondertussen ga ik ook proberen ergens een pauze in te lassen, want een oude bekende is weer helemaal terug van nooit weggeweest. ‘James, zet de vloeibare stikstof al maar klaar!’

(*) Met dank aan sensei Andy en Johan voor het nemen van nota’s