Waarden- en afsprakenkader

Tasseikan is meer dan een plaats waar karate wordt beoefend; het is een dojo waar mensen samen groeien, zowel technisch als menselijk. De basis van onze werking ligt verankerd in de waarden van de dojo-kun: eerlijkheid, hoffelijkheid, nederigheid, moed en zelfcontrole. Deze principes vormen het morele kompas van onze club en bepalen hoe wij met elkaar omgaan, in en buiten de dojo.

Eerlijkheid vraagt dat we oprecht zijn tegenover onszelf en anderen, in training, inzet en gedrag. Hoffelijkheid uit zich in respect, beleefdheid en zorg voor medekarateka’s, lesgevers en de dojo. Nederigheid herinnert ons eraan dat leren nooit stopt en dat elke vooruitgang gepaard gaat met respect voor ieders pad. Moed hebben we nodig om uitdagingen aan te gaan, grenzen te verleggen en verantwoordelijkheid te nemen voor ons handelen. Zelfcontrole tenslotte helpt ons om discipline, rust en evenwicht te bewaren, ook in moeilijke of intensieve momenten.

Dit waarden- en afsprakenkader is opgebouwd vanuit de ervaring en geschiedenis van Tasseikan.

Het biedt een duidelijke leidraad om een veilige, respectvolle en positieve omgeving te creëren waarin kwaliteitsvolle karate-beoefening mogelijk is. Door deze afspraken na te leven, dragen we samen bij aan een harmonieuze sfeer en een sterke clubgemeenschap.

De hiernavolgende regels gelden binnen het volledige karate-gebeuren van Tasseikan. Van iedereen die bij Tasseikan traint, wordt verwacht dat hij of zij deze regels respecteert en mee uitdraagt. Wie vragen heeft of verduidelijking wenst bij dit waarden- en afsprakenkader, kan steeds terecht bij de clubleiding.

Alle activiteiten die verband houden met de werking van karateclub Tasseikan, zowel binnen als buiten de club, gebeuren in opdracht van de v.z.w. Tasseikan. Iedereen die daarbij een taak uitvoert, wordt beschouwd als een vertegenwoordiger van de v.z.w. Tasseikan.

Binnen karateclub Tasseikan geldt de volgende volgorde voor verantwoordelijkheid en gezag onder de karateka’s (van hoog naar laag):

  1. De behaalde graad
  2. Hoe lang iemand die graad al heeft
  3. Hoe lang iemand lid is van de club
  4. De leeftijd

Met andere woorden: wie een hogere graad heeft, draagt meer verantwoordelijkheid. Als de graad gelijk is, telt hoe lang die graad al wordt gedragen. Is dat ook gelijk, dan kijkt men naar het aantal jaren lidmaatschap, en pas daarna naar de leeftijd.

Dan-graden van Tasseikan, hoger in graad dan jezelf, worden aangesproken met “Sempai”. De lesgever wordt aangesproken met “Sensei”.

Om reden van hoffelijkheid worden bezoekende gastlesgevers steeds aangesproken met “Sensei”, onafhankelijk van hun graad.

De sempai, dit zijn de hoogste gordels onder de leden, mogen tijdens het trainen motiverende opmerkingen maken gericht aan de ganse groep. Hun richtlijnen mogen echter niet storend zijn. Het is zeker hun taak niet om individueel partners te corrigeren en alzo de taak van de (assistent-) lesgever over te nemen.

De dan-graden zijn medeverantwoordelijk (naast de clubleiding) voor het in stand houden van de typische clubsfeer binnen een karateclub en meer in het bijzonder in Tasseikan. Zij worden verondersteld hieromtrent het nodige initiatief te nemen.

Dit gebeurt met inachtname van de bestaande clubhiërarchie en het nodige respect voor iedereen.

De clubleden moeten de achterliggende redenen van dergelijke initiatieven begrijpen en ervoor open staan.

Volgens art.1 bestaat er een hiërarchie in de club. Lageren in deze hiërarchie zullen, binnen het clubgebeuren, zich schikken naar de richtlijnen van de hogeren en hen de nodige eerbied toemeten.

De hogeren zullen hun gezag enkel aanwenden in functie van het doel van de karate-beoefening en op geen enkele wijze dit gezag misbruiken. Problemen hieromtrent worden besproken met de clubleiding. Indien er sprake is van grensoverschrijdend gedrag wordt de club API (zie verder art. 5) ingeschakeld.

Karateka’s dragen de vijf basiswaarden van J.K.A.-karate — nederigheid, eerlijkheid, hoffelijkheid, moed en zelfcontrole — steeds in gedachten en handelen ernaar, in het bijzonder binnen de karate-omgeving.

In de kleedkamers wordt steeds ruimte vrijgehouden voor eigen of eventueel bezoekende gastlesgevers.

Sporttassen worden steeds netjes en ordelijk geplaatst, zowel in de dojo als op andere locaties. Volwassenen plaatsen hun sporttas langs de zijde waar zij trainen; jongeren doen dit aan de zijde waar zij zullen trainen.

Het maken van foto’s of video’s in kleedkamers is ten strengste verboden.

Sociale media worden respectvol gebruikt; beelden van anderen worden niet gedeeld zonder hun toestemming (conform het Tasseikan GDPR-beleid).

4.1    Kledij

De kledij vereist om te trainen is de karate-gi. Van beginnelingen echter wordt aanvaard dat zij gedurende hun eerste trainingen niet in karate-gi trainen.

De uiteinden van de karate-gi reiken tot max. 20 cm en min. 5 cm van de pols of enkel. De uiteinden van de karate-gi worden niet opgerold.  Valt een kimono wat te groot uit, dan mogen de uiteinden tijdelijk, tot hij gepast is, naar binnen worden opgerold.

Onder de karate-gi mag een T-shirt worden gedragen, enkel een effen witte T-shirt is toegelaten.

Een kruisbeschermer (voor mannen) en een borstbeschermer (voor vrouwen) wordt aangeraden tijdens de trainingen en verplicht tijdens competitie.

Het gebruik van been- en armbeschermers is slechts toegelaten na akkoord van de lesgever. De beschermstukken mogen in geen geval harde bestanddelen bevatten hun toestemming (conform het Tasseikan GDPR-beleid).

Er worden geen juwelen, piercings of scherpe voorwerpen gedragen om reden van veiligheid.

Het clubteken staat op de linkerborst. Andere tekens worden om reden van soberheid niet toegelaten, met uitzondering van het JKA-logo voor de zwarte gordels.

De JKA-graad die men heeft wordt kenbaar gemaakt door de gordel (zie hiervoor de richtlijnen van de vzw JKA-Belgium).

De kledij waarmee men traint, is proper en onderhouden.

De dojo wordt betreden en verlaten in correcte klederdracht.

Het omkleden gebeurt in de kleedkamers (uit voorzorg wordt aangeraden de kledingstukken mee te nemen in de dojo).

De dojo wordt niet betreden met schoenen. Uitzonderlijk, om redenen van hygiëne of gezondheid, en enkel mits toelating van lesgever, kan dit wel gebeuren tijdelijk met sportschoenen of antislipkousen.

4.2    Hygiëne

Voeten en handen zijn proper. Nagels van handen en voeten zijn kort geknipt om kwetsuren te vermijden. Nagellak is niet toegelaten.

Eten, vapen of roken in de dojo (trainingsruimte) en de kleedkamers is niet toegelaten.

Het nuttigen van drank  in de dojo tijdens de training is uitsluitend toegestaan na toestemming van de lesgever en enkel op de door de lesgever vastgestelde momenten. 

De kleedkamers worden proper en net gehouden.

Verwondingen moeten onmiddellijk verzorgd worden om besmetting van de wonden te voorkomen en eventuele bevuiling te vermijden. Oude verwondingen moeten vóór de training verzorgd worden. Er is ten alle tijde een EHBO-koffer ter beschikking in de dojo.

Voor en na de training zorgen de aanwezige karateka’s ervoor dat de dojo proper is.

4.3    De training

Bij het betreden en het verlaten van de dojo, wordt staande gegroet want dankzij deze ruimte en de aanwezigen kunnen we trainen.

Het onderling groeten in de training is belangrijk, gezien de waarde die het heeft binnen de mentale vorming, en omdat het aantoont dat we onze partner respecteren.

Voor de training en tijdens de pauzes wordt de hoofdzijde van de dojo, dit is de zijde waar de lesgever staat, vrijgehouden.

Wanneer men niet oefent, bvb. tijdens rust of bij uitleg, neemt men een correcte houding aan, dit is zittend (geknield of in kleermakerszit) of staand, zonder ergens tegenaan te leunen.

Hoffelijkheid en respect voor de anderen is essentieel binnen de gevechtssport, en moet te allen tijde op, voor en na de training aanwezig zijn.

Iedereen tracht op tijd te zijn om zodoende de les niet te storen. De laatkomers mogen alleen de training aanvatten na toestemming van de lesgever, daartoe nemen zij de seiza- of zazen-houding aan. De laatkomer zal vooraleer hij of zij de zaal betreedt 10 push-ups doen. Indien dit niet lukt door bvb. een kwetsuur mogen deze vervangen worden door 10 squads. Toezicht hierop wordt gehouden door de hogere graden.

Bij de start van de training roept de sensei ‘lijn u’.

De aanwezige karateka (jongeren en volwassenen) stellen zich zo vlug mogelijk op één of meerdere rijen. Bij het oplijnen staan we van hoge naar lage gordel, met de hoogste graden helemaal rechts en de laagste links. Onthoud: rechts van jou staat altijd iemand met een hogere gordel; zwart rechts, wit links. Nieuwkomers staan links van de witte gordels.

Het verlaten van de les wordt tot een minimum beperkt en gebeurt alleen na toelating van de lesgever. Indien iemand de training definitief verlaat groeten hij/zij en de groep elkaar.

Concentratie is noodzakelijk om vooruitgang te maken, dus onnodig spreken wordt vermeden, zeker over andere dingen dan karate. Indien er vragen zijn betreffende bepaalde oefeningen richt men zich rechtstreeks tot de lesgever, dit liefst gedurende een pauze.

Filmen of foto’s nemen van trainingen kan enkel: na toestemming van de lesgever en met respect voor de privacy van alle aanwezigen.

4.4    De groetceremonie

De geknielde groet (seiza- of zazen-houding), waarbij men op je knieën zit met de billen op de hielen.

De wreven van de voeten liggen plat, tenen dicht bij elkaar. Meisjes zitten met de benen dicht of 1 vuist tussen, jongens met twee vuisten tussen.  Rug recht, schouders ontspannen. Handen op de bovenbenen. Rustig recht vooruit of iets naar beneden kijkend) voert men uit bij het begin en het eind van de training om de JKA-school te bedanken (“Shomen-ni”), en de lesgever (“Sensei-ni”) en uw partners (“Otogai-ni”) te groeten.

De groet is niet alleen een uiting van respect maar ook van volledige inzet. Deze ceremonie wordt steeds voorafgegaan door een moment van meditatie / bezinning (“Mokuso” en “Mokuso yame”). Tijdens deze bezinning kunnen de karateka’s nadenken over waar ze op gaan letten op de volgende training of over wat ze goed en minder goed hebben gedaan tijdens de training.

Wat het rechtstaan betreft wacht men tot de partner rechts van u opstaat. Dit gebeurt in een vloeiende beweging, zodanig dat alle aanwezigen binnen enkele seconden recht staan.

De eerste plaats in de rij, bij de gezamenlijke groet, wordt steeds ingenomen door een Tasseikanner. Pas daarna komen eventuele bezoekende karateka’s (zelfs met hogere graad).

4.5    Relatie lesgever – leerlingen

Rechtstreekse opmerking of richtlijnen van de lesgever aan de deelnemers worden steeds beantwoord met de (aanvaardings-/instemmings-) groet “Osu” (uitgesproken als “oess”).

Indien een niet zwarte gordel opdracht krijgt les te geven schikken de aanwezige hogere gordels zich naar de richtlijnen van de hoogste in rangorde (zie Art. 1).

In afwezigheid van enige clublesgever zal de karateka van Tasseikan die hoogste is in rangorde (zie Art. 1) de leiding en de verantwoordelijkheid van de training op zich nemen.

Karateka’s die zich onttrekken aan het rechtstreekse toezicht van de lesgever (bvb. door, zelfs tijdelijk, het verlaten van de trainingsruimte) ontslaan hierdoor de lesgever van elke verantwoordelijkheid omtrent hun acties.

Op speciale trainingen voor lagere gordels zijn hogere gordels toegelaten, ze moeten echter de training volgen en mogen niet aan vrije training doen en ze respecteren de richtlijnen van de lesgever.

Binnen Tasseikan dragen we het motto ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’ hoog in het vaandel.

Tasseikan streeft ernaar een club te zijn:

  • waarin iedereen zich goed en gewaardeerd voelt,
  • met ruimte voor een gezonde dosis sportieve uitdaging,
  • met open communicatie,
  • in een veilige omgeving,
  • integer en met respect voor elk individu.

Als sporter, ouder, trainer, bestuurder of andere vrijwilliger van onze sportclub kan je bij de club-API terecht met een vraag, vermoeden of klacht over grensoverschrijdend gedrag (psychisch, fysiek, seksueel grensoverschrijdend gedrag, pesten, verwaarlozing of ander ongewenst gedrag).

Relaties die binnen de club ontstaan worden vertrouwelijk gemeld aan de club-API, zeker wanneer er mogelijk machtsverhoudingen zijn (trainer–lid, senior–junior, enz.).

Dit gebeurt om ongewenste situaties te voorkomen — niet om te controleren of te beoordelen. De club API heeft discretieplicht.

Geen training mag doorgaan zonder dat één der clublesgevers (zie technische clubstructuur) hiertoe duidelijk opdracht heeft gegeven, en er dus verantwoordelijk voor is. De lesgevers sluiten een polis burgerlijke aansprakelijkheid af, die ook de aansprakelijkheid van de assistent-lesgevers dekt (bevestiging dat zij handelen in opdracht van de hoofdlesgevers gebeurt via het lesgeversschema).

Om vooruitgang te blijven boeken en het huidige niveau te behouden, is het belangrijk dat de trainingen regelmatig worden gevolgd, met een minimum van één keer per week, behalve bij ziekte of beroepsmatige verplichtingen. Hoe vaker een deelnemer traint, des te meer vooruitgang kan worden bereikt. Het niet naleven van deze richtlijn kan gevolgen hebben voor deelname aan het graadexamen.

Een karateka die examen wenst af te leggen moet voldoende trainingen hebben en de wachttijd in acht nemen (zie richtlijnen J.K.A.-Belgium). Examens buiten de club, zowel voor de kyu- als dan-graden, kunnen enkel worden afgelegd mits uitdrukkelijke toestemming van de clubexaminator.

Deelname aan stages, trainingsdagen en andere karate-gerelateerde activiteiten worden zoveel mogelijk in clubverband georganiseerd. Deelname ter persoonlijke titel aan deze activiteiten is toegestaan mits de clubleiding op de hoogte wordt gebracht.

Dit waarden-en afsprakenkader kan alleen aangepast worden door de clubverantwoordelijke of door de clubleiding met beslissingsrecht van de eerste.

Ieder lid verklaart zich akkoord met dit waarden-en afsprakenkader door zijn aansluiting en wordt geacht het te kennen. De clubleiding verbindt zich hiertoe, via de kanalen die ze ter beschikking heeft, de nodige ruchtbaarheid aan geven.

Binnen onze karateclub streven we naar een veilige, respectvolle en positieve trainingsomgeving voor alle leden. Bij het niet naleven van het clubreglement worden eventuele inbreuken steeds proportioneel en met respect behandeld, rekening houdend met de aard en de herhaling van de inbreuk.

De mogelijke sancties worden stapsgewijs toegepast:

1. Mondeling gesprek tijdens of onmiddellijk na de training:

Bij een eerste of lichte inbreuk volgt een corrigerend gesprek met de trainer, met als doel bewustmaking en bijsturing.

2. Formeel gesprek na herhaaldelijke inbreuken:

Indien inbreuken zich herhalen, wordt een gesprek georganiseerd met de betrokken karateka en één of meerdere bestuursleden, op een moment na de training. Dit gesprek heeft tot doel duidelijke afspraken te maken en verdere escalatie te vermijden.

3. Disciplinaire maatregelen:

Bij aanhoudend of ernstig wangedrag kan het bestuur beslissen tot bijkomende maatregelen, waaronder een tijdelijke schorsing of, in het uiterste geval, uitsluiting uit de club.

4. Grensoverschrijdend gedrag:

In geval van (vermoedelijk) grensoverschrijdend gedrag wordt altijd de Aanspreekpersoon Integriteit (API) betrokken en gevolgd volgens de geldende procedures. Dergelijke dossiers worden met de nodige discretie en ernst behandeld.

Het Tasseikan Kernbestuur