Huishoudelijk reglement

REGLEMENT VAN INWENDIGE ORDE

In elke organisatie gelden er afspraken en regels. Opgebouwd vanuit de ervaring en geschiedenis van de organisatie helpen zij de gepaste omgeving en relatie te creëren om de vooropgestelde doelstellingen te realiseren. Het respecteren van deze afspraken voorkomt wrijvingen en misnoegen en draagt bij tot een aangename sfeer en een degelijke karate-vorming.

De hiernavolgende regels gelden binnen het karate-gebeuren van karate club TASSEIKAN DE PINTE.

Iedereen die traint in Tasseikan De Pinte wordt geacht deze regels te respecteren. Heb je vragen of problemen omtrent dit reglement van inwendige orde, dan kan je steeds terecht bij de clubleiding voor enige toelichting.

ALGEMEEN

Alle activiteiten en handelingen in de ruimste zin van het woord die worden uitgeoefend in en buiten de club en die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de werking van karateclub Tasseikan De Pinte, worden geacht te gebeuren in opdracht van de v.z.w. Tasseikan. Personen die opdrachten uitvoeren, worden dan ook als aangestelden van de v.z.w. Tasseikan beschouwd.

Art. 1. ORDE VAN VERANTWOORDELIJKHEID EN AUTORITEIT

De rangorde met betrekking tot verantwoordelijkheid en autoriteit van de karateka’s binnen het clubgebeuren van Tasseikan De Pinte is als volgt (in dalende orde van belangrijkheid):
volgens graad
volgens anciënniteit van de graad
volgens anciënniteit als clublid
volgens leeftijd

Art. 2. RELATIE HOGERE – LAGERE GORDELS

Dan-houders van Tasseikan De Pinte, hoger in graad dan jezelf, worden aangesproken met “Sempai”. De lesgever wordt aangesproken met “Sensei”.

Om reden van hoffelijkheid worden bezoekende J.K.A.-lesgevers steeds aangesproken met “Sensei”, onafhankelijk van hun graad.

De sempai, dit zijn de hoogste gordels onder de leden, mogen tijdens het trainen motiverende opmerkingen maken gericht aan de ganse groep. Hun richtlijnen mogen echter niet storend zijn. Het is zeker hun taak niet om individueel partners te corrigeren en alzo de taak van de (assistent-)lesgever over te nemen.

De dan-graden zijn medeverantwoordelijk (naast de clubleiding) voor het in stand houden van de typische clubsfeer binnen een J.K.A.-karateclub en meer in het bijzonder in Tasseikan De Pinte. Zij worden verondersteld hieromtrent het nodige initiatief te nemen. Dit gebeurt met inachtname van de bestaande clubhiërarchie en het nodige respect voor iedereen. De clubleden moeten de achterliggende redenen van dergelijke initiatieven begrijpen en ervoor open staan.

Volgens art.1 bestaat er een hiërarchie in de club. Lageren in deze hiërarchie zullen, binnen het clubgebeuren, zich schikken naar de richtlijnen van de hogeren en hen de nodige eerbied toemeten. De hogeren zullen hun gezag enkel aanwenden in functie van het doel van de karate-beoefening en op geen enkele wijze dit gezag misbruiken. Problemen hieromtrent worden besproken met de clubleiding.

Art. 3. ETIQUETTE

De karateka’s zullen de 5 hoofdwaarden van J.K.A.-karate (cfr. Nederigheid, Eerlijkheid, Hoffelijkheid, Moed en Zelfcontrole) steeds indachtig zijn en ernaar handelen, in het bijzonder in de karate-omgeving.

In de kleedkamers wordt steeds ruimte vrijgehouden voor eigen of eventueel vreemde lesgevers.

De sporttassen worden netjes geplaatst, niet alleen in de dojo, maar ook elders.

Art. 4. DEELNAME AAN TRAINING

4.1. KLEDIJ

De kledij vereist om te trainen is de karate-gi. Van beginnelingen echter wordt aanvaard dat zij gedurende hun eerste trainingen niet in karate-gi trainen.

De uiteinden van de karate-gi reiken tot max. 20 cm en min. 5 cm van de pols of enkel. De uiteinden van de karate-gi worden niet opgerold.

Onder de karate-gi mag een T-shirt worden gedragen, enkel een effen witte T-shirt is toegelaten.

Een kruisbeschermer (voor mannen) en een borstbeschermer (voor vrouwen) wordt aangeraden tijdens de trainingen en verplicht tijdens competitie.

Het gebruik van been- en armbeschermers is slechts toegelaten na akkoord van de lesgever. De beschermstukken mogen in geen geval harde bestanddelen bevatten.

Er worden geen juwelen of scherpe voorwerpen gedragen om reden van veiligheid.

Het clubteken staat op de rechtermouw. Andere tekens worden om reden van soberheid niet toegelaten, met uitzondering van het J.K.A.-logo voor de zwarte gordels.

De J.K.A.-graad die men heeft wordt kenbaar gemaakt door de gordel (zie hiervoor de richtlijnen van de vzw J.K.A.-Belgium). tussengraden?

De kledij waarmee men traint, is proper en onderhouden.

De dojo wordt betreden en verlaten in correcte klederdracht.

Het omkleden gebeurt in de kleedkamers (uit voorzorg wordt aangeraden de kledingstukken mee te nemen in de dojo.).

De dojo wordt niet betreden met schoenen. Uitzonderlijk, om redenen van hygiëne of gezondheid, en enkel mits toelating van lesgever, kan dit wel gebeuren met sportschoenen.

4.2. HYGIENE

Voeten en handen zijn proper.

Nagels van handen en voeten zijn kort geknipt om kwetsuren te vermijden.

Eten of roken in de dojo (trainingsruimte) en de kleedkamers is niet toegelaten.
De kleedkamers worden proper en net gehouden.

Verwondingen moeten onmiddellijk verzorgd worden om besmetting van de wonden te voorkomen en eventuele bevuiling te vermijden. Oude verwondingen moeten vóór de training verzorgd worden.

Voor en na de training zorgen de aanwezige karateka’s ervoor dat de dojo proper is.

4.3. DE TRAINING

Bij het betreden en het verlaten van de dojo, wordt staande gegroet. (“Dankzij deze ruimte en de aanwezigen kunnen we trainen.”)

Het onderling groeten in de training is belangrijk, gezien de waarde die het heeft binnen de mentale vorming, en omdat het aantoont dat we onze partner respecteren.

Voor de training en tijdens de pauzes wordt de hoofdzijde van de dojo, dit is de zijde waar de lesgever staat, vrijgehouden.

Wanneer men niet oefent, bvb. tijdens rust of bij uitleg, neemt men een correcte houding aan, dit is zittend (geknield of in kleermakerszit) of staand, zonder ergens tegenaan te leunen.

Hoffelijkheid en respect voor de anderen is de deugd van de gevechtssport, en moet te allen tijde op, voor en na de training aanwezig zijn.

Iedereen tracht op tijd te zijn om zodoende de les niet te storen. De laatkomers mogen alleen de training aanvatten na toestemming van de lesgever, daartoe nemen zij de seiza- of zazen-houding aan. De laatkomer zal zichzelf spontaan een aangepaste conditieoefening opleggen. Toezicht hierop wordt gehouden door de hogere graden.

Het verlaten van de les wordt tot een minimum beperkt en gebeurt alleen na toelating van de lesgever. Indien iemand de training definitief verlaat groeten hij/zij en de groep elkaar.

Concentratie is noodzakelijk om vooruitgang te maken, dus onnodig spreken wordt vermeden, zeker over andere dingen dan karate. Indien er vragen zijn betreffende bepaalde oefeningen richt men zich rechtstreeks tot de lesgever, dit liefst gedurende een pauze.

4.4. DE GROETCEREMONIE

De geknielde groet (seiza- of zazen-houding) voert men uit bij het begin en het eind van de training om de J.K.A.-school te bedanken (“Shomen-ni”), en de lesgever (“Sensei-ni”) en uw partners (“Otogai-ni”) te groeten. De groet is niet alleen een uiting van respect maar ook van volledige inzet. Deze ceremonie wordt steeds voorafgegaan door een moment van meditatie / bezinning (“Mokuso” en “Mokuso yame”).

Wat het rechtstaan betreft wacht men tot de partner rechts van u opstaat. Dit gebeurt in een vloeiende beweging, zodanig dat alle aanwezigen binnen enkele seconden recht staan.

De eerste plaats in de rij, bij de gezamenlijke groet, wordt steeds ingenomen door een Tasseikanner. Pas daarna komen eventuele bezoekende karateka’s (zelfs met hogere graad).

4.5. RELATIE LESGEVER – LEERLINGEN

Rechtstreekse opmerking of richtlijnen van de lesgever aan de trainenden worden steeds beantwoord met de (aanvaardings-/instemmings-) groet “Oss” (uitgesproken als “oess”).

Indien een kyu graad opdracht krijgt les te geven schikken de aanwezige hogere gordels zich naar de richtlijnen van de hoogste in rangorde (zie Art. 1).

In afwezigheid van enige clublesgever zal de karateka van Tasseikan De Pinte die hoogste is in rangorde (zie Art. 1) de leiding en de verantwoordelijkheid van de training op zich nemen.

Karateka’s die zich onttrekken aan het rechtstreekse toezicht van de lesgever (bvb. door, zelfs tijdelijk, het verlaten van de trainingsruimte) ontslaan hierdoor de lesgever van elke verantwoordelijkheid omtrent hun acties.

Op speciale trainingen voor lagere gordels zijn hogere gordels toegelaten, ze moeten echter de training volgen en mogen niet aan vrije training doen en ze respecteren de richtlijnen van de lesgever.

Art. 5. VARIA

Geen training mag doorgaan zonder dat één der clublesgevers (zie technische clubstructuur) hiertoe duidelijk opdracht heeft gegeven, en er dus verantwoordelijk voor is.

De trainingen moeten regelmatig gevolgd worden (minimum éénmaal per week, behalve bij ziekte of beroepsopdracht). Het niet voldoen aan deze voorwaarden kan een reden zijn tot weigering van deelname aan het graadexamen.

Een karateka die graadexamen wenst af te leggen moet voldoende trainingen hebben en de wachttijd in acht nemen (zie richtlijnen J.K.A.-Belgium). Examens buiten de club (stages, …) kunnen enkel worden afgelegd mits uitdrukkelijke toestemming van de clubexaminator.

Dit reglement is alleen wijzigbaar door de clubverantwoordelijke of door de clubleiding met beslissingsrecht van de eerste.

Ieder lid verklaart zich akkoord met dit reglement van inwendige orde door zijn aansluiting en wordt geacht het te kennen.

De Clubleiding